Overslaan naar inhoud


INSGA in plaats van GAINS: de betere volgorde voor je 1-op-1





Lees hier het blog uit 2019 over GAINS

In Nederland wordt in plaats van GAINS ook wel WINST gebruikt. 

In BNI gebruiken we de GAINS-structuur voor 1-op-1 gesprekken. Een prima lijstje. Maar na duizenden netwerkgesprekken weet ik: de vólgorde klopt niet. Daarover zo meer.

Twee ondernemers in gesprek met vijf lichtbollen ertussen, symbool voor de INSGA-gespreksstructuur

WINST staat voor

  • W=Wensen
  • I=Interesses
  • N=Netwerken 
  • S=Successen 
  • T=Technieken

In BNI gebruiken we de GAINS Exchange-structuur voor één-op-één ontmoetingen met andere leden. GAINS staat voor:

  • Goals (Wensen) 
  • Accomplishments (Successen)
  • Interests (Interesses)
  • Networks (Netwerken)
  • Skills (Technieken)

Deze gespreksonderwerpen worden doorlopen tijdens je 1-op-1’s, waarbij beide partijen deze informatie met elkaar delen. Het doel is om elkaar beter te leren kennen en de mogelijkheden voor samenwerking te vergroten. Hier is een verdere uitleg per onderdeel:

G – Goals (Wensen)

Bespreek je zakelijke, persoonlijke en netwerkdoelen. Waarom zijn deze doelen belangrijk voor je, en wanneer wil je ze bereiken? Het helpt om inzicht te krijgen in wat je drijft en biedt mogelijkheden om elkaar te ondersteunen bij het bereiken van deze doelen. De beste manier om vertrouwen op te bouwen is door iemand te helpen zijn of haar doelen te verwezenlijken.

A – Accomplishments (Successen)

Deel je behaalde successen en waar je trots op bent. Dit geeft inzicht in je kennis, vaardigheden en ervaringen. Door je prestaties te delen, laat je zien waar je goed in bent, wat bijdraagt aan je geloofwaardigheid en de kans vergroot dat anderen je aanbevelen.

I – Interests (Interesses)

Wat zijn je hobby’s of interesses buiten het werk? Dit kan ook persoonlijke omstandigheden omvatten, zoals je gezin, kinderen of huwelijkse staat, als je dat wilt delen. Mensen werken graag samen met anderen die dezelfde interesses of persoonlijke waarden delen. Het delen van deze informatie versterkt de onderlinge band en helpt bij het opbouwen van een sterkere relatie.

N – Networks (Netwerken)

Van welke (online en offline) netwerkgroepen ben je lid? Dit geeft anderen een idee van je bereik en de gemeenschappen waarin je actief bent. Door elkaar te volgen, liken en verbinden op sociale media, bouw je vertrouwen op en vergroot je je zichtbaarheid.

S – Skills (Technieken)

Welke vaardigheden, talenten en capaciteiten bezit je? Hoe meer iemand weet over jouw vaardigheden, hoe makkelijker het wordt om aanbevelingen te doen en zakelijke kansen te creëren. Dit kan leiden tot meer mogelijkheden voor samenwerking.

Uit ervaring blijkt dat het logischer is om de volgorde INSGA aan te houden tijdens je gesprek:

  1. Interesses
  2. Netwerken
  3. Technieken
  4. Wensen
  5. Successen

Download hier het GAINS-formulier, vul het voor jezelf in en stuur het voorafgaand aan je 1-op-1 door naar je gesprekspartner.

Ben je lid van BNI? Vul dan ook je winstprofiel in op BNI-Connect.

Hoe pas ik de GAINS-structuur effectief toe in mijn netwerkevenementen?

De GAINS-structuur (Goals, Accomplishments, Interests, Networks, Skills) helpt je om relevante onderwerpen aan te snijden tijdens 1-op-1 ontmoetingen, waardoor je meer diepgang creëert in gesprekken en jouw competentie beter kunt overbrengen. Zo kun je het toepassen:

  1. Goals (Wensen): Praat over je zakelijke doelen en waar je naar streeft. Dit helpt je netwerkpartners te begrijpen in welke richting je werkt en hoe zij je kunnen helpen om die doelen te bereiken. Ook toont het aan dat je ambitieus en doelgericht bent.

  2. Accomplishments (Successen): Deel je belangrijkste successen, zoals behaalde mijlpalen of klantresultaten. Dit is een kans om je competentie te demonstreren door je prestaties concreet te maken.

  3. Interests (Interesses): Benoem interesses die relevant zijn voor jouw werk, zoals nieuwe technologieën of trends in jouw branche. Dit laat zien dat je voortdurend aan je vakgebied werkt en nieuwsgierig bent naar ontwikkelingen.

  4. Networks (Netwerken): Bespreek welke connecties je hebt en hoe die jouw netwerk kunnen versterken. Door aan te geven dat je ook anderen kunt introduceren, toon je waarde binnen het netwerk.

  5. Skills (Technieken): Spreek over specifieke vaardigheden die je beheerst en die jou uniek maken in jouw vakgebied. Dit is waar je je technische of strategische competenties kunt laten zien.

Je kunt elke netwerkbijeenkomst focussen op een ander aspect van de GAINS-structuur om variatie in je gesprekken aan te brengen en een bredere kijk op je competentie te geven.